Wat is (een) ...... ?

Antiek

Antiek zijn oude kunst-, sier- en gebruiksvoorwerpen die minimaal 100 jaar oud zijn (gemaakt voor circa 1920) en vaak een bijzondere historische, artistieke of ambachtelijke waarde hebben, gekenmerkt door handwerk en unieke details uit vervlogen tijden, zoals meubels, porselein, klokken of sieraden.

Belangrijkste kenmerken:

  • Ouderdom: De meest gebruikte definitie is ouder dan 100 jaar, hoewel voor sommige items (zoals boeken) soms 75 jaar geldt.
  • Handwerk: Vaak met de hand gemaakt door ambachtslieden, met aandacht voor detail en kwaliteit, in tegenstelling tot massaproductie.
  • Waarde: Ze vertegenwoordigen vaak een specifieke stijl (zoals Biedermeier, Empire) en hebben een zekere zeldzaamheid.
  • Materiaalkeuze: Massieve materialen zoals echt hout, brons, zilver, kristal en porselein zijn kenmerkend.

Art deco

De art deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 die haar weerslag had op de decoratieve en toegepaste kunst, in de architectuur, het grafische, industriële en interieurontwerp, maar ook in de beeldende kunst en de kledingmode.

De beweging was in zekere zin eclectisch, d.w.z. een mengelmoes van vele verschillende stijl- en kunststromingen uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Belangrijkste kenmerk van art deco, en tevens het onderscheid met de meer organische art nouveau, is de omarming van technologie in aanvulling op traditionele motieven. De stijl wordt vaak gekenmerkt door rijke kleuren, geometrische figuren en overdadige versieringen.

Barok

De barok is een Europese stijlperiode die aan het begin van de 17e eeuw in Italië tot ontwikkeling kwam en tot in de eerste helft van de 18e eeuw voortduurde

Het kenmerkt zich vooral door een overvloed van ronde en gebogen vormen die enorm stijlvol en sierlijk zijn. De voornamelijk gouden meubels, sierlijsten, kroonluchters en vele spiegels maken dit glamoureuze plaatje compleet

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vroeg-, hoog- en laatbarok. De laatbarok wordt ook wel rococo genoemd

Bracket feet

Bracket feet zijn een type meubelpoten die vaak worden gebruikt bij ladekasten, kabinetten en horlogekasten, vooral populair in de 18e eeuw. Ze worden zo genoemd omdat ze bestaan uit twee afzonderlijke, haaks op elkaar staande stukken hout die aan de onderhoeken van een meubelstuk zijn bevestigd, waardoor een beugel-achtige vorm (bracket) ontstaat.

Kenmerken:

  • Vorm: Ze hebben meestal de vorm van een omgekeerde L of een afgeknotte driehoek, vaak met een sierlijke welving of een geschulpte rand aan de onderzijde.
  • Constructie: In tegenstelling tot traditionele poten die doorlopen vanuit het meubelframe, worden bracket feet vaak als aparte stukken aan de onderkant van het meubel gemonteerd.
  • Materialen: Ze zijn meestal gemaakt van hetzelfde hout als de rest van het meubel, maar bij hoogwaardige stukken uit de late 17e en vroege 18e eeuw werden ze soms gefineerd of voorzien van metalen (bijvoorbeeld messing) beslag.
  • Stijl: Ze zijn kenmerkend voor stijlen zoals Queen Anne, Chippendale en Georgian, en waren een populair alternatief voor de meer gebogen "cabriole" poten.

Ze bieden een stabiele basis en voegen tegelijkertijd een elegant, architectonisch detail toe aan het meubelstuk.

Brocante

Brocante betekent “oude spullen”. Brocante zijn spullen uit vroegere tijden die in trek zijn, maar niet vallen onder de noemer antiek. De brocante spullen hebben een doorleefd karakter (wat het voor de liefhebbers aantrekkelijk maakt), het heeft een geschiedenis.

Cabriole poten

Cabriole poten zijn sierlijke, gebogen meubelpoten die kenmerkend zijn voor de Rococo en Queen Anne stijl, met een elegante S-vorm die dik begint en naar benodigdheden dunner wordt, vaak eindigend in een dierlijke poot (zoals een klauw) of een voluut, vernoemd naar het Franse 'cabrioler' (springen), en gebruikt voor stoelen, tafels en kasten. 

Kenmerken:

  • S-vormige curve: De poot buigt naar buiten en dan weer naar binnen, wat een dynamisch effect creëert, vergelijkbaar met een dier dat springt.
  • Verfijnde vorm: Ze zijn vaak gedetailleerd en slank, waardoor ze een gevoel van lichtheid en elegantie geven aan meubels.
  • Oorsprong: Populair gemaakt in de 18e eeuw, vooral in de 18e-eeuwse Europese meubelkunst.
  • Eindstuk (Voet): Eindigt vaak in een 'klauw en bal' (claw and ball) of een andere sierlijke voet.

Chesterfield

Vaak lees je in advertentie’s, “een originele Chesterfield”

Maar een originele chesterfield bestaat niet, Chesterfield is een stijl.

Het enige dat je als origineel kan aanmerken is dat de stijl origineel uit Engeland komt en wel uit de 18e eeuw.

De stijl is in opdracht van de 4e Graaf van Chesterfield, Phillip Dormer Stanford (1694-1776) bedacht en ontwikkeld.

Stanford, een groot bewonderaar van de Nederlandse raadspensionaris Simon van Slingeland, stond bekend als een ijdel en egoïstische man die een meubel zocht die zijn kleding minder zou laten kreuken.

Hij gaf daarom een aantal meubelmakers in die tijd de opdracht om dit meubel te ontwikkelen.

Hier kwam de Chesterfield stoel en bank uit voort met de diep teruggetrokken knopen, die er zoals gevraagd aan bijdroegen het kreuken tegen te gaan.

Nu worden Chesterfield stoelen en banken alleen nog gebruikt vanwege hun stijl en kwaliteit.

Een chesterfield is in bijna elk interieur wel in te passen.

Chest on Chest kast

Een type meubel bestaande uit twee gestapelde ladekasten. De bovenste "chest" rust bovenop de onderste "chest", wat een hoge, opbergruimte creëert met veel lades. Deze kasten zijn vaak gemaakt van massief hout en hebben een klassieke of utilitaire uitstraling, en ze worden gebruikt voor opslag in huis.

Clubfauteuil

De clubfauteuil ontstond in de periode van de art deco. Rug en armleuningen zijn dik en hoog, zodat de gebruiker 'diep' in de stoel kan wegzakken. Deze massieve leunstoel werd vaak uitgevoerd in leer en wordt gezien als een typische 'herenstoel'. Een Engelse versie hiervan is de Chesterfield.

Consoletafel

Een consoletafel is een lange, smalle tafel, die meestal tegen een muur of achter een bank geplaatst wordt. De tafel is vaak decoratief en functioneel en kan dienen als opbergruimte of als een plek om spullen neer te zetten, zoals sleutels, decoratie of verlichting. Consoletafels zijn er in verschillende stijlen, materialen en formaten en passen daardoor goed in ruimtes zoals een hal, woonkamer, eetkamer of slaapkamer. 

Damesfauteuil

Een damesfauteuil is in feite gewoon een fauteuil (een comfortabele, gestoffeerde éénpersoons stoel met armleuningen, ook wel 'luie' of 'leunstoel' genoemd) met een elegante, vaak klassieke of stijlvolle uitstraling, die meer gericht is op comfort en design dan op pure functionaliteit, met kenmerken zoals een hoge rug, zachte kussens, en decoratieve stoffen, en bedoeld om te ontspannen in een woonkamer, slaapkamer of leeshoek.

Facet geslepen

Facet geslepen betekent dat de rand van een voorwerp, meestal glas (zoals een spiegel, tafelblad, of deur), schuin is afgeslepen onder een bepaalde hoek, wat zorgt voor een decoratieve, sierlijke en vaak klassieke uitstraling. Dit creëert een "facetrand" die het licht anders reflecteert dan een platte rand, waardoor het meer glinstert en de individuele randen van het object accentueert. Hoewel het decoratief is, kan het ook gecombineerd worden met een platte, veilige rand (plat poly slijpen) voor functioneel gebruik. 

Kenmerken van een facetrand:

  • Schuine afwerking: De rand is niet recht, maar loopt schuin af van het oppervlak.
  • Decoratief: Geeft een luxe, chique of klassieke look aan spiegels, glasplaten en meubels.
  • Lichtreflectie: De schuine vlakken werken als prisma's en reflecteren licht, wat zorgt voor glinstering en meer verspreide reflectie.
  • Breedte: De breedte van de facetrand kan variëren (bv. 10, 20, 25 mm), afhankelijk van de glasdikte en gewenste look.
  • Combinatie: Vaak wordt eerst gefacetteerd voor de sierlijkheid, en daarna plat poly geslepen (een kleine, platte rand) zodat de randen veilig en glad zijn

Faux Bamboo

Faux Bamboo (nepbamboe) is een stijl van meubels en decoratie, populair sinds de 18e eeuw, waarbij hout of ander materiaal wordt bewerkt om de look van bamboe na te bootsen, vaak gebruikt voor oosterse en exotische accenten in het interieur. Het omvat alles van antieke meubels met bamboe-look houtsnijwerk tot moderne kunststof varianten met bamboe-structuur, en werd populair omdat echte bamboe op het Europese vasteland schaars was, waardoor men oosterse sferen wilde creëren. 

 

Kenmerken van Faux Bamboo:

  • Materiaal: Traditioneel hout, maar tegenwoordig ook gegoten plastic of hars.
  • Vormgeving: Imitatie van de natuurlijke knopen en stengels van bamboe, vaak met gedetailleerde decoraties.
  • Stijl: Geassocieerd met Chinoiserie, Art Deco, en vintage/brocante stijlen.
  • Producten: Komt voor in stoelen, tafels, kasten, spiegels en andere meubels. 

Historische achtergrond:

  • De trend ontstond in Europa, gedreven door de fascinatie voor Azië.
  • Het bood ambachtslieden een manier om exotische, complexe ontwerpen te maken die zowel mooi als structureel solide waren.
  • Populaire periodes waren rond 1900 en in de jaren '30. 

Kortom, Faux Bamboo is een decoratieve techniek die het visuele aantrekkelijke van bamboe repliceert met andere materialen, zowel in antieke als moderne vormen

Gobelin

Een gobelin is een met de hand geweven wandtapijt.

Intarsia

Intarsia is een vorm van inlegwerk in hout, tegenwoordig vaak verward met “opgelegd” fineer. Deze oppervlaktetechniek kenmerkt zich doordat de ingelegde materialen in een massief vlak verwerkt zijn. Er wordt daartoe eerst materiaal uit het vlak verwijderd wat vervolgens ingelegd wordt met hout, (edel)steen, of metaal. Door schuren en/of slijpen wordt daarna het oppervlak glad gemaakt.
Deze techniek was bij de Egyptenaren al bekend en in de Nederlanden een populaire techniek in de 16e- en 17e eeuw, waarbij het intarsia veelal in hout werd uitgevoerd.

Jointstool

Een jointstool (ook wel geschreven als joint stool) is een type antiek Engels krukje dat dateert uit de 16e tot de 18e eeuw. Het is een robuust, vaak eikenhouten meubelstuk dat oorspronkelijk werd gebruikt om op te zitten, maar tegenwoordig ook populair is als decoratief klein bijzettafeltje. 

Kenmerken:

  • Constructie: De naam "jointstool" verwijst naar de ambachtelijke houtverbindingen (joints) die werden gebruikt om het krukje te maken.
  • Uiterlijk: Het heeft kenmerkende, vaak fraai gedraaide poten die met elkaar verbonden zijn door regels (dwarsverbindingen) voor extra stevigheid.
  • Veelzijdigheid: Vanwege zijn stevige constructie en handige formaat kon het voor verschillende doeleinden worden gebruikt, zoals een zitmeubel, een voetenbank of een klein tafeltje.
  • Historisch: Dit meubeltype komt ook voor in historische contexten, zoals in de werken van Shakespeare. 

Het verschil tussen Parquetry en Marquetry

Parquetry is "een geometrisch mozaïek van houten stukken die worden gebruikt voor een decoratief effect". Vaak gebruikt in zowel meubels als vloeren, parquetry dateert uit het midden tot het einde van de jaren 1600 en is herkenbaar voor zijn zeer regelmatige, geometrische patronen gemaakt met stroken of blokken hout, zijn allemaal veel parketvormen. De meest voorkomende vorm is tegenwoordig vrijwel zeker het visgraat- of chevronpatroon.

Contrasterend hout, zoals eiken, walnoot, kers, kalk, dennen en esdoorn, worden vaak gebruikt in parquetry om de patronen van de stroken of houtblokken te verbeteren. Deze verschillende kleuren, tonen en korrels van verschillende houtsoorten dragen bij aan het algehele effect van het onderwerp.

Marquetry is de term die wordt gebruikt om de toevoeging van stukjes fineer aan meubels of vloeren te beschrijven om een decoratief patroon, ontwerp of beeld te creëren dat op het oppervlak van de oorspronkelijke structuur zit. Patronen in een inlegwerk kunnen willekeurig of gestructureerd zijn of echte afbeeldingen zijn van zaken als mensen, dieren of items. Een methode van decoratie die vaker wordt gebruikt in meubels dan in vloeren, inlegwerk wordt vaak verward met parquetry, maar is eigenlijk heel anders. Het belangrijkste verschil heeft betrekking op het feit dat binnenshuis de toepassing of toevoeging van een fineer is aan een glad oppervlak, terwijl parquetry het creëren van een ontwerp of afbeelding dat is gemaakt met blokken of stroken hout is.

Palissander

Palissander is een edele houtsoort, een mooi zware, stabiele houtsoort. Palissanders worden gekenmerkt door onregelmatige, donkerder strepen, maar de basiskleur kan variëren. Alle palissanders zijn tropische houtsoorten

Rococo

De rococo is een Europese stijlperiode in de beeldende en toegepaste kunsten, die haar hoogtepunt beleefde tussen 1730 en 1760. De naam is afgeleid van het Franse woord rocaille, een asymmetrisch schelpmotief dat in de 18e-eeuwse barok veel gebruikt werd in met name de toegepaste kunst. Het woord rocaille gaat terug op de Franse woorden roc (rots) en coquilles (schelpen) en geeft aan dat het vooral om een decoratieve stijl gaat.

Secretaire

Een secretaire is een meubelstuk dat doorgaans bestaat uit een bureau waarvan het bureaublad kan worden ingeschoven of ingeklapt, met daarboven kastjes voor het opbergen van spullen en eronder meerdere opberglades. Een secretaire bestaat vaak uit een geheel, en is niet gemaakt om weer uit elkaar gehaald te worden na montage.

Bij veel antieke secretaires wordt het bureaublad als het is uitgeklapt gesteund door twee houten balkjes, die ook ingeschoven kunnen worden. Wanneer het bureaublad is ingeschoven of ingeklapt lijkt het geheel op een soort kast.

Tilt-top tafel

Een tilt-top tafel (ook wel tip-top tafel, klaptafel of flap-aan-de-wand genoemd) is een tafel waarbij het tafelblad via een scharnierverbinding volledig verticaal gekanteld kan worden. 

De belangrijkste kenmerken en functies zijn:

  • Ruimtebesparing: Het ontwerp is bedoeld om de tafel compact tegen een muur of in een hoek op te bergen wanneer deze niet in gebruik is.
  • Constructie: Het tafelblad is bevestigd op een centrale kolom (poot), die vaak rust op een driepoot-onderstel.
  • Birdcage: Veel antieke varianten maken gebruik van een "birdcage" (vogelkooi-constructie), waardoor het blad niet alleen kan kantelen, maar ook kan roteren.
  • Historisch gebruik: Deze tafels waren populair in de 18e en 19e eeuw, vaak als thee- of wijntafel

Trampart

Tramp Art is een Amerikaanse volkskunst die populair was tussen de jaren 1870 en 1940, gekenmerkt door het gebruik van gerecyclede materialen zoals sigarenkistjes om decoratieve voorwerpen te maken. De techniek omvat het in laagjes opbouwen van stukken hout met inkepingen en geometrische patronen, waarbij vaak eenvoudige gereedschappen zoals een stanleymes werden gebruikt. De objecten varieerden van fotolijsten en dozen tot grotere meubels.

Vintage

De term vintage wordt normaliter gebruikt voor authentieke artikelen die minimaal 30 jaar oud zijn en uit de vijftiger, zestiger, zeventiger en begin jaren tachtig stammen. het kan gaan om huishoudelijke artikelen, meubelstukken, kleding, stofjes, schilderijen, vazen en alle andere spulletjes voor huis, tuin en keuken.

 

Queen Anne-stijl

De term Queen Anne is te gebruiken voor een stijl in de kunstnijverheid vanaf 1870, en in de laat 19e-eeuwse architectuur (m.n. gepropageerd door Richard Norman Shaw), geïnspireerd op de stijl uit de regeringsperiode van Queen Anne in de 18e eeuw.

Wainscott stoel

Een  Wainscott stoel is een zware, antieke stoel, populair in de 17e eeuw, meestal gemaakt van eikenhout met een massief houten paneel in de rugleuning, een platte zitting van planken en gedraaide voorpoten, die vernoemd is naar het eikenhout dat werd gebruikt voor wandbekleding ('wainscoting'). Deze stoelen zijn kenmerkend door hun stevige, panelen rug en robuuste constructie, vaak met een landelijke, Engelse of koloniale uitstraling

West Germany vazen

Wat zijn West Germany vazen?

Een West Germany vaas is bijna altijd in Duitsland gemaakt (met een enkele uitzondering voor Oostenrijk).

Na de oorlog ontstond in Duitsland een snel groeiende economie. Er kwamen grote fabrieken met veel werknemers en machines en er was ruimte om lange productielijnen met ovens op te zetten. Hierdoor konden grote series keramiek gemaakt worden. Doordat de economie zich sterk ontwikkelde en er hierdoor meer geld beschikbaar kwam, kregen ontwerpers meer ruimte voor eigen inbreng en begonnen zij te experimenteren met hun ontwerpen en technieken.

Men deed de vloeibare witte of gekleurde klei in mallen, waarna het uithardde. Vervolgens brachten de ontwerpers allerlei glazuren op waardoor er ontzettend veel verschillende soorten kleuren en verschijningsvormen ontstonden in de oven.

Daarom is een West Germany vaas ook te herkennen aan een uniek in het oog springend uiterlijk met mooi professioneel aangebracht glazuur. Vaak met sprekende kleuren en dikke druppels.

Op de onderkant van de vazen is vaak een ‘code’ te lezen. Deze code is gegraveerd of er opgelegd. Ook vind je heel vaak de tekst ‘W-Germany’ en ook een logo. Soms zit er nog een sticker op de vaas zelf met de naam van de fabriek.

 

Hoe herken je een West Germany vaas?

Er zijn rond de 30 verschillende merken West Germany vazen! De vazen die je het vaakst tegenkomt zijn Scheurich, Bay, Jasba, Dumler & Breiden en Carstens. Deze merken zijn het populairst geweest in de jaren 50 tot en met 70. Daarom zijn er veel vazen van gemaakt.

Aan de onderkant blijft altijd een ongeglazuurde rand zichtbaar doordat de vaas in de oven op een plaat heeft gestaan. Hier kan geen glazuur uitharden. De fabrieken gebruikten verschillende kleisoorten, daarom kan de kleur van de klei ook helpen bij het identificeren van de vaas.

Op de onderkant van de vazen is vaak een ‘code’ van meerdere cijfers te lezen, welke gegraveerd of er opgelegd is. Het eerste gedeelte van het getal is het modelnummer, dat de vorm of model van de vaas aangeeft. Het tweede getal is de hoogte in cm.
In heel veel gevallen vind je de tekst ‘W-Germany’ en soms ook een logo. De tekst kan op een bepaalde manier geschreven zijn waardoor je ook het specifieke merk hieraan kunt identificeren

Ten tweede kijk ik of er een sticker is dat het merk kan bevestigen. Veel stickers op West Germany vazen zijn namelijk gedrukt met een merknaam

De vazen uit de jaren 70 kregen veel fellere kleuren, apartere designs en dikker glazuur zoals het bekende ‘fat lava’ glazuur.

 

Scheurich

Scheurich maakte altijd gebruik van witte klei. De vazen zijn gesigneerd met ‘ W.GERMANY ‘ of ‘ WEST GERMANY’ gevolgd door drie cijfers, een streepje en twee cijfers.

Scheurich GmbH & Co. KG is een Duits bedrijf in Schneeberg (Neder-Franken) dat keramieken vazen en bloempotten produceert.

Scheurich werd 1928 opgericht door Alois Scheurich en zijn neef Fridolin Greulich als groothandel in glas, porselein en keramiek. In 1938 vestigde Scheurich zich in Kleinheubach (70 kilometer ten zuidoosten van Frankfurt am Main). In 1948 begon men met de fabricage van huishoudkeramiek. In 1954 stopte Scheurich met de groothandelsactiviteiten en richtte zich helemaal op het zelf vervaardigen van keramiek. Aanvankelijk maakten ze vooral bowlschalen en asbakken, maar ze stapten al snel over op vazen en bloempotten.

Scheurichs hegemonie begon aan het eind van de jaren zestig. Scheurich hield zijn prijzen laag en gecombineerd met in de smaak vallende designs zorgde dat voor een miljoenenomzet. De strategie van Scheurich daarbij was om dezelfde modellen telkens van andere decoraties te voorzien. De ontwerpen werden twee maal per jaar aan de veranderende smaak van het publiek aangepast.

Scheurich maakt(e) vooral vazen en bloempotten, maar heeft daarnaast ook onder andere asbakken, spaarvarkens, kaarsenstandaards, bierpullen, buffetklokken, wandreliëfs en kerstboomhouders geproduceerd. Scheurich heeft, een enkele uitzondering daargelaten, geen keukenklokken of lampvoeten gemaakt.

Enkele bekende motieven zijn Montignac (1972-1973; handgeschilderd), Amsterdam (uienmotief/Zwiebeldekor; 1974-1975), Fabiola (donkerbruin-rood overloopglazuur) en Jura (fossielen-/slakkenmotief).

Sommige designs werden speciaal voor exportdoeleinden gemaakt; op de bodem van die vazen staat geen "West Germany", maar "foreign". Toch kwamen ook vazen met "foreign" op de thuismarkt terecht.

De vazen werden bij 1000 graden gebakken en kwamen uit gietvormen. De meest extreme glazuren en patronen bleven in West-Duitsland. Rode en oranje vazen werden het beste verkocht. Gele en paarse minder. Grote vloervazen kostten 40-50 Duitse mark (20-25 euro) per stuk en waren te koop in de warenhuizen Karstadt en Kaufhof. Van elke vaas zijn minstens 500 stuks vervaardigd

Bay Keramik

Bay gebruikte altijd witte klei voor het maken van de vazen. De vazen zijn aan de onderkant meestal gemerkt met ‘BAY’.
Op de bodem staat meestal een getal van twee of drie cijfers (modelnummer) gevolgd door een spatie of streepje en een getal dat de hoogte in centimeters aangeeft.
Bay duidt het land van herkomst aan met ‘W.-GERMANY’, WEST-GERMANY. Let op de typische vorm van de ‘y ‘ die onderop omhoog krult. Als het merk zelf niet gemerkt staat onderop, kijk dan vooral naar de letter y. De krul onderop is echt kenmerkend voor Bay vazen. Evenals de ‘W.-‘ is typisch voor Bay.

 

VEB handelsleben

VEB Haldensleben gebruikte witte en bruine klei. Op de bodem staat een cirkel met daarin een H met een halve ovaal erover heen. Het modelnummer bestaat meestal uit vier cijfers, soms met een letter erachter of eronder.

 

Dümler & Breiden

De meeste vazen van Dumler en Breiden hebben aan de onderkant een merk van twee gekruiste zwaarden met de letters D en B. Meestal is ook aangegeven Höhr-Grenzhausen of alleen Höhr en soms Germany. Er werd geen West of W. gebruikt voor het woord Germany.
Aan het eind van de jaren 70 werd enkel het modelnummer onderop gebruikt.

 

Wingbackfauteuil

De 'oorfauteuil' of 'vleugelstoel' (Engels: wingback chair) ontstond in de tijd van Queen Anne. Het is een zich naar boven toe verbredende leunstoel, waarvan de rug zijdelings en bovenaan uitstulpende 'vleugels' heeft ter bescherming van rug, hoofd en de hals tegen tocht of juist tegen te veel warmte bij een open haard.